Alle werken van Paul Hugo ten Hoopen
Interieur
Paul Hugo ten Hoopen
Limburgs landschap
Paul Hugo ten Hoopen
Croisette, Cannes bij nacht
Paul Hugo ten Hoopen
Vondelpark met paviljoen
Paul Hugo ten Hoopen
Zeedennen Bretagne, 1996
Paul Hugo ten Hoopen
Bretonse kust, 1998
Paul Hugo ten Hoopen
Duizend en één nacht, 1991
Paul Hugo ten Hoopen
Nachtatelier, 1993
Paul Hugo ten Hoopen
La Déesse
Paul Hugo ten Hoopen
Paul Hugo ten Hoopen
(Doetinchem 1927)
Over het landschap en zijn vertolker
Het landschap dat schilders zien en in beeld brengen heeft in het algemeen weinig raakpunten met de zienswijze van de niet beeldende mens. De virtuoos onder de landschapschilders ziet in één flits het schilderachtige van het spektakel dat zich voor zijn oog ontrolt. Hij traceert de grote lijnen en de open objecten en in korte tijd weet hij die werkelijkheid, bijna intuïtief, in kleur op papier of linnen vast te leggen. Zijn pendant, het prototype van de schilder Cézanne, treuzelt, stelt uit, probeert langdurig het landschap en zijn vele aspecten te analyseren en puzzelt een tijdlang om de delen weer samen te voegen tot een harmonisch geheel.
Het liefst wil deze idioot van de familie zijn gevoels- en gedachtenstroom ten opzichte van dat verduivelde landschap in het geheugen opslaan en wachten tot het gunstige moment van actie hem tergend overvalt. Tussen deze uitersten scharrelt het logge middenveld: schilders, die hun keus, als baas van eigen winkel zelf bepalen, net als de jongens in de politiek. Zij laten zich door geen landschap in de luren leggen, keren het desnoods de rug toe om zo vrij mogelijk strepen en vlekken tot iets landschappelijks te verbinden. Zij behoren tot de heiligen van de actuele kunst. Als figuratief schilder behoor ik tot het tweede garnituur. Na een ‘opleiding’ tekenen, waarin vooral veel aandacht was voor de nabootsing van de hoed en de doos, de omgekeerde kruiwagen en de etalageachtige opstelling, waaronder dan het weinig geacheveerde stilleven werd verstaan, ontdekte ik geheel zonder bemoeizucht van kunstkapelaans de natuur: bomen, boerderijen, rivieren, torens, dijken, landerijen, kassen, de plaats van de mens daarin en de geweldige hemel daarboven. Al filosoferend over heg en steg begon ik met penseel, aquareldoos, het opgespannen Whatman en water aan mijn avontuur met het landschap; zijn grote lijnen, karakteristieke objecten en details die er werkelijk iets toe doen zo te componeren dat er ruimte ontstond als op een zomerdag “with reverie and invention”.
Paul Hugo te Hoopen, geboren in 1927, werd opgeleid tot tekenleraar en later tot schilder aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam en aan de Schule des Sehens van Oskar Kokoschka in Salzburg.
Exposities in binnen- en buitenland.
1958 Kokoschka-prijs, Salzburg.
1986 Jeanne Bieruma-Oosting-prijs voor figuratieve schilderkunst.
Werk in het bezit van het Rijk en diverse Gemeenten en vele particulier collecties in binnen- en buitenland.
Uitgebreide literatuur:
Kunstbeeld april 1982 no. 7 en februari 1987 no. 4; Palet nov/dec 1992.
Hij publiceerde in 1995 een boek: ” Over de aquarellist en de aquarel” (uitg. Waanders Zwolle).
Hij gaf onder eigen beheer uit:
Paul Hugo ten Hoopen, met bijdragen van Marjolijn van Riemsdijk en Rob van Zoest, 2003.
Fragmenten en ander ongerief, herinneringen, beschouwingen en anekdoten, 2007.
In de marge van de Dode Man, 2013.
Hoewel zijn roots diep in de Gelderse Achterhoek liggen, heeft de Frans cultuur met haar schilderkunstige traditie merkbare sporen achtergelaten in het werk van de schilder Paul Hugo ten Hoopen.
Het vak leerde hij op de Amsterdamse Rijksacademie van Beeldende Kunsten, waaraan hij later als hoogleraar was verbonden. Hij rondde zijn studie af aan de “Schule des Sehens”in Salzburg waar Oskar Kokoschka hem letterlijk en figuurlijk ‘de ogen opende’ voor het dierbare landschap, het bloeiend naakt, het freudiaans stilleven, een opwindend interieur of een winterse zee: onderwerpen die door Ten Hoopen met de natuur bij de hand, in fases werden opgebouwd, geabstraheerd en omgewerkt binnen die unieke rechthoek van het schilderij.
Het ware schilderij heeft nog niets van zijn klassieke eenvoud verloren. Heel die santekraam van magische handelingen die vormgeving en architectuur van het schilderij met zich meebrengen, schijnt in zijn volmaakte kleurvlekken, lijn- en penseelvoering moeiteloos gerealiseerd.
In de chaos, tussen de ruïnes van oude vormen en sleetse ideeën rechtop blijven staan – hypocrite lecteur, - mon semblable, - mon frère!
De plek voor de schildersezel is één van de aardigste op de wereld.